dinsdag 15 mei 2012

Jantje naar de kerk in Nuth

Madina Hosseini ging met Jantje naar de kerk in Nuth



Vóór 1298 was er reeds een kerkje in Nuth. Volgens een akte uit dat jaar was "Herre Dietrich Pharrer van Nutte". In het jaar 1690 verkeerde het kerkje in zeer slechte toestand en was dringend aan een volledig herstel toe. Meer dan 70 jaren werd er nog gelapt, geplakt en getimmerd aan dak, schip en toren. Maar de kerk was versleten en er moest gezorgd worden voor de stichting van een nieuwe kerk.

Dit was gemakkelijker gezegd dan gedaan omdat drie instanties hiervoor te zorgen hadden: het Kapittel van Aken moest voor het onderhoud van het middenschip zorgen, het onderhoud van het koor kwam ten laste van de pastoor en de toren en zijbeuken ten laste van de gemeente Nuth. Deze partijen voelden niet veel voor nieuwbouw vanwege de hoge kosten, zodat het bij kleine reparaties bleef.

In 1760 werd Jan Willem Habets pastoor en hij heeft gezorgd dat de nieuwe kerk er kwam. Op 19 mei 1763 werd een akkoord bereikt en door de drie partijen getekend.
Dit akkoord hield in:
"Op de plaats van de oude kerk zou het Kapittel een geheel nieuw schip of kerk optrekken, breed minstens 34 voet, lang 73 voet; de hoogte der muren van het schip met de pilaren ongeveer 36 voet; het kapwerk zou in afmetingen daaraan hermetisch moeten aansluiten; in de muren van het schip 4 vensters, hoog 15 voet, breed 5 voet."

Ook de toren zou door het Kapittel gebouwd moeten worden, een vierkante toren van 17 voet, waarvan de opgaande muren 8 à 9 voet hoger dan de spits van het kerkdak moesten gaan; de galmgaten moesten voldoende hoog komen om de klank van de klokken goed te kunnen uitdragen. De toren werd gebouwd midden voor het schip aan de westzijde. Voor de spits van de toren, de klokken en de klokkenstoel moesten de burgers van Nuth zelf zorg dragen.

De klokken, die al in 1734 geschonken waren, werden in de nieuw te bouwen koepelvormige toren geplaatst. Voor de bouw van de nieuwe kerk moesten hand- en spandiensten door de Nuthenaren worden geleverd. Het koor kwam voor rekening van pastoor Habets. Reparatie van het koor kwam immers altijd tot last van de pastoor. Het kostte hem 600 gulden. 

Op 19 september 1763 werd de eerste steen gelegd. De kerkdiensten konden gewoon doorgaan omdat de fundamenten van de nieuwbouw buiten de oude kerk en de toren werden gelegd door aannemer Nicolaas Lousbergh uit Maastricht.
De oude
sacristie hield het nog een eeuw uit maar in 1840 moest toch een nieuwe gebouwd worden naast de kerk. Ook het door pastoor Habets gerepareerde koor werd te slecht. Daarom werd er in 1847 een nieuw koor bijgebouwd in de tijd van pastoor Van der Velpen. Deze werd begraven onder de verhoging waar nu het altaar staat.    

De laatst ingrijpende vergroting van onze kerk heeft in de jaren 1921-1922 plaatsgevonden. Zijbeuken werden aangebouwd en het nieuwe koor werd ingericht. Van de oude kerk uit 1763 is alleen de toren en het middenschip behouden gebleven.
In
1966 werd door pastoor Helgers, onder invloed van het Tweede Vaticaans Concilie, het altaar midden in de kerk geplaatst op een podium.

Rondom de kerk staan nog 23 oude grafkruisen vanaf 1624, overblijfselen van het oude kerkhof rond de kerk.


Waarom ben ik hier met Jantje naar toe gegaan?Eigenlijk omdat ik bij mij in de buurt geen ander geschikt gebouw kon vinden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen